Jacques Teunissen laatbloeier als scheidsrechter, maar hij geniet desondanks volop

‘Het vak van scheidsrechter heeft geen sexy imago’

Zoals vrijwel alle scheidsrechters is Jacques Teunissen als speler de tafeltennissport ingestapt. In 1975 begon hij op zijn 14e met tafeltennis bij Tios in Arnhem Tussendoor is hij er een keer mee gestopt, maar nu is Jacques alweer heel lang actief bij zijn huidige vereniging Kracht en Vriendschap in Renkum, waar ook zijn echtgenote speelt. “Wij hebben een tafeltennishuwelijk.” Pas vijf jaar geleden werd Jacques SR3 scheidsrechter. Een laatbloeier dus. Inmiddels is hij SR4. Het wachten is nu op de internationale status, SR5.

Waarom die late keuze voor de scheidsrechterscursus?
“De bond zocht arbitragecoördinatoren bij verenigingen. Mensen die de kennis van de spelregels moesten bevorderen. Dat bleek mij op het lijf geschreven. Ik heb altijd al meer dan gemiddelde interesse gehad in de regels. Dat komt door mijn werk in de infrasector weg- en waterbouw, waar ik heel veel met regelgeving te maken heb. Als arbitragecoördinator werd ik voor de eerste keer ook echt intensief met de spelregels geconfronteerd. Dat heeft me geïnspireerd om mij aan te melden voor de cursus scheidsrechter 3.”

Hoe is het daarna verder gegaan?
“Als SR3 scheidsrechter mocht ik wedstrijden in de eerste divisie leiden. Dat was zo leuk, dat ik meteen ben doorgegaan voor SR4. Nu mag ik in Nederland op het hoogste niveau wedstrijden leiden en internationaal op uitnodiging samen met een SR5 scheidsrechter. Dat smaakt naar nog meer, maar ik vrees dat ik te laat ben begonnen om nog in aanmerking te komen voor het allerhoogste. Ik heb niet de verwachting dat EK of Olympische Spelen ooit nog voor mij in beeld komt. Er zijn niet veel scheidsrechters en voor dergelijke toernooien kiezen ze de meest ervaren arbiters. Ik kom net kijken. Jammer, maar het is niet anders.”

Wat kan de bond doen om meer jonge scheidsrechters aan te trekken?
“Een lastige vraag. Ik heb niet de panklare oplossing. De NTTB kan vooral meer doen bij jongeren. Bijvoorbeeld aan de verenigingen eerst meer aandacht vragen voor de spelregels bij trainen. Ik ben geen trainer van huis uit, maar zie als scheidsrechter wel veel speltechnische tekortkomingen bij spelers, zelfs in de eredivisie. Er zijn er nog genoeg die niet goed serveren. Niet conform de regels. Alleen daarom zouden de spelregels meer onderdeel van trainingen moeten zijn. En ook voor de bewust wording  van spelers. Zo krijgen ze meer interesse voor dat aspect.”

Toch blijkt het maar moeilijk nieuwe aanwas voor de SR3 cursus te krijgen. Wat zou u de twijfelaars willen zeggen?
“Dat het vak veel spannender is dan het lijkt. Scheidsrechter zijn, heeft helaas geen sexy imago. Ik wil niet zeggen, dat het wel zo is, maar het is wel een onderschat en keileuk vak. Je maakt deel uit van de top van onze sport. Je kan het combineren met zelf spelen op nog een redelijk niveau. Het sociale aspect is leuk en prikkelend. Jouw hele wereld binnen het tafeltennis wordt ineens groter. Je spreekt spelers, trainers, bestuurders en collega’s. Iedereen maakt een praatje met je. En vaak op een prettige wijze. Je ontmoet nieuwe mensen. Ik kom regelmatig bij clubs, die ik nog niet kende. Dat is echt heel leuk.”

Hoe moeilijk is het om harde beslissingen te nemen waarvan je weet dat die heel vervelend voor de speler kunnen zijn?
“Dat is niet zo makkelijk inderdaad. Maar ik heb geen moeite met het geven van geel wanneer het nodig is, maar ik ben wel terughoudend. Je moet in een kort tijdsbestek alle voors en tegens afwegen. Maar als het moet, dan moet het. Sport is emotie, dat begrijp ik goed, want ik speel zelf ook nog steeds. Maar ik pas ervoor om als scheidsrechter te marchanderen. Als het echt heel erg nodig is, grijp ik in. Maar het valt mij wel op, dat op alle niveaus tafeltennissers vaak eerlijk zijn naar elkaar toe.”