In 2022 werd Trinko Keen op zijn 51e nog een keer nationaal kampioen. De voormalige Europese topper kan het dus nog steeds, maar hij steekt zijn tafeltennispassie tegenwoordig vooral in de ontwikkeling van jonge Nederlandse talenten. Na zijn titel van 2022 gaf hij aan een rol als talenten-ontwikkelaar te zien. Drie jonge toppers trokken zelf aan de bel bij Keen, die met zijn filosofie (‘van tafeltennisser naar topsporter’) de gevoelige snaar bij het drietal raakte.

Trinko wil zijn eigen ervaringen als Nederlandse tafeltennisser in de groei naar de Europese top overbrengen op onze grootste talenten van dit moment. De basis is dat jonge spelers alles aan de kant willen zetten om het te maken als tafeltennisser. Ik heb er respect voor dat ze die keuze maken, zonder enige garantie op succes. Maar alles willen geven moet omgezet worden in de goede dingen doen en die steeds beter doen. “Want er komt meer bij kijken dan trainingen en wedstrijden systematisch afwerken. Dat alleen is niet voldoende. Je moet onderweg de juiste keuzes maken en de overgave en eigen doelstellingen niet uit het oog verliezen.” Ik gun ze om alles uit hun mogelijkheden te halen.

Als ik mijn rol moet omschrijven zou ik zeggen dat ik ze help “Van hardwerkende tafeltennisser topsporter te worden’. De samenwerking met hun begeleiders is daarbij heel belangrijk. Zij hebben veel contact met de spelers. Samen kunnen we het meeste bereiken. Dat is sowieso de enige manier. Er is geen grote bak met geld beschikbaar, dus alle mensen die een bijdrage leveren moeten zoveel mogelijk de ruimte krijgen hebben om dat te kunnen doen. Toen ik mij ontwikkelde, stoorde ik mij eraan dat mijn vaste begeleiders zoveel voor mij deden, maar de bondscoach het gevoel gaf dat hij het werk deed. Dat is niet motiverend voor de trainers die zoveel bijdragen aan de ontwikkeling van de spelers.

V.l.n.r.: Barry Berben, Milo de Boer, Kas van Oost, Gabrielius Camara en Trinko Keen.

Kwalificatie EK teams
We zijn nu twee jaar verder en de vier 19- tot 21-jarigen (Kas van Oost, Barry Berben, Milo de Boer en Gabrielius ‘Gaby’ Camara) talenten van het eerste uur zijn er inmiddels zes. De 17-jarigen Ivan Kahn en Brent Ronde hebben zich aangesloten bij het team. De eerste successen zijn er ook. Zo heeft Nederland zich als team gekwalificeerd voor het EK komende oktober. Bij de beste 24 landen van Europa. Het is een mooi doel om daar mee te doen bij de beste 16 landen. Dat is een grote uitdaging, want het niveau in de breedte is hoog, maar op de kwalificatie heb ik de potentie van dichtbij gezien. Het is haalbaar als ze de komende maanden vol gas geven.

“Die kwalificatie ging trouwens niet vanzelf”, stelt Trinko. “In de eerste kwalificatieronde verloren we van Finland. Best wel kansloos, ook dat nog. Dat was een eye opener voor ons. Dat zorgde voor een grote ommekeer. Ik zag een positieve verandering in de benadering van het hele team. Er stond daarna een ‘team’. In de tweede ronde speelden we de beslissende wedstrijd tegen Noorwegen dan ook stukken beter. Een solide team met zelfs een top honderd speler in hun midden, maar die versloegen wij wel tweemaal.”

Slaat aan bij de bond
Het succes is weer een signaal voor de NTTB om te proberen nog meer uit de kast te halen voor de nieuwe generatie toppers. Keen: “De bond heeft eerder een keuze gemaakt om veel minder te investeren in de jonge talenten”. Tegelijkertijd is de energie die de jongens zelf leveren een motivatie om meer te doen. Ik ben ook ingestapt omdat ik zag dat de jongens bereid zijn veel te geven voor tafeltennis. Dat is inspirerend. De bond is daar ook bij aangehaakt. Het is bij ons de omgekeerde wereld. “De spelers moeten eerst wat laten zien en dan komen er meer mogelijkheden. Je zou het graag omgekeerd zien. Dat er eerst middelen en faciliteiten komen en daaruit de resultaten, maar zo werkt het niet. Je moet eerst leveren. Ik vind het mooi om te zien dat we in het tafeltennis in Nederland bij de mannen weer een stap verder zijn. De kwalificatie voor het EK was daarvoor een belangrijke stap”

De nieuwe aanpak bij de nationale tafeltennistalenten kende een wat stroeve start, maar inmiddels plukken de jonge spelers zichtbaar de vruchten. In 2022 hebben we een koers ingezet, waarbij de talenten veel verantwoordelijkheid kregen en moesten nemen. Dat is de basis van topsport. “Je moet het zelf doen”. Dat was even wennen voor iedereen.

“In het begin knetterde het soms nog wat,” Niet alleen de jonge spelers moesten wennen aan de verwachtingen, ook ik had tijd nodig om me aan te passen aan de leefwereld van de talenten. “Ze hebben tegenwoordig zoveel dingen die afleiden, dat vraagt ook iets van onze manier van werken.”

Advies volgende generatie
Wat is jouw advies voor de volgende generatie Nederlandse talenten? “Dat ze vooral bij een definitieve keuze voor tafeltennis, dus voor topsporter, alle consequenties moeten nemen. Ik ben zelf al heel jong naar Duitsland getrokken. Als je iets wilt in Europa op tafeltennisgebied moet je een omgeving opzoeken waar je je aan op kunt trekken en die is in het buitenland te vinden.”

“We trainen iedere maandag op Papendal. Ondertussen trainen drie spelers in het buitenland. Ik juich dat toe. Dat is niet ideaal voor het teamgevoel, maar wel voor die jongens. Gaby zit in Zweden en Milo en Barry in Duitsland. We hebben wel overleg en we zoeken mogelijkheden om bij elkaar te komen. Die jongens willen alles doen om de top te bereiken. Die overgave herken ik helemaal en ik wil ze met alles helpen om hun volle potentieel te benutten.”